Waar komen jullie toch vandaan?

24 May

Opeens zijn ze daar: Nederlandse brouwerijen. Als een duveltje uit een doosje schieten ze als spreekwoordelijke paddenstoelen uit de grond. Er ontstaan meer Nederlandse brouwerijen dan kinderen in een zwaar Christelijke woongemeenschap. In Amsterdam komen er bijvoorbeeld zo’n drie brouwerijen per dag bij, maar ook buiten onze hoofdstad ligt het tempo hoog. Als liefhebber van bier uit eigen land kan het mij natuurlijk niet hard genoeg gaan en ik ben blij met ieder nieuw bier dat geboren wordt, maar ik vraag me wel af: Waar komen ze in hemelsnaam vandaan?

Zo’n twee tot drie jaar geleden ging het ook al goed met de Nederlandse brouwwereld. Er waren wel 80 verschillende brouwerijen in Nederland en het aantal leek groeiende te zijn. De verhalen dat er een nieuwe brouwerij bij kwam zag je een stuk vaker voorbij komen dan de verhalen dat een brouwerij er mee ophield. Dat het echter zo hard zou gaan heb ik nooit zien aankomen.

Ook mijn persoonlijke statistieken zijn inmiddels wat veranderd. Waar vroeger België mijn ‘meest geproefde land’ was, is dat inmiddels veranderd in Nederland. Ik heb nu bijna 950 verschillende Nederlandse bieren beoordeeld, tegenover zo’n 830 Belgische bieren. Dit is natuurlijk geen statistiek waaruit je daadwerkelijk iets nuttigs kunt aantonen, maar leuk om te vermelden is het wel. Voor mijzelf is het ook echt geen verrassing, maar er zullen genoeg mensen zijn die niet kunnen geloven dat er in Nederland zoveel bieren gemaakt worden. Voor bier moet je toch in België zijn?

Maar nogmaals: Waar komen al die brouwers opeens vandaan? Waar hebben ze al die jaren gezeten? Hebben ze een geheim clubhuis in het diepste punt van het bos? Eensmurfendorp clubhuis waar ze wekelijks samen kwamen en alwaar de grote leider met de gouden roerstok, tot teleurstelling van de in groten getale aanwezige brouwers, aangaf dat ook deze week nog niet het juiste moment was om de wijde wereld in te trekken? Heeft deze leider midden 2013 dan eindelijk aangegeven dat dit hèt moment was waarop de leden eindelijk Nederland mochten gaan veroveren? Stammen ze af van de smurfen en hebben ze zich uit angst voor Gargamel altijd verborgen gehouden?  Of is het gewoon een vorm van ongeorganiseerd kuddegedrag? Zij doen het en zijn succesvol, dus dan kan ik het ook wel eens gaan proberen?

De idealistische bierdrinker kan zowel blij als sceptisch tegen het hele fenomeen aan kijken. Blij omdat deze idealistische drinker namelijk speciaalbier drinkt omdat het een eerlijk product is. Een eerlijk product, ontstaan uit de liefde van een brouwer voor het brouwvak, gevoed door een passie voor ‘het product bier’. Een grote fuck you naar de grote commerciële brouwfirma’s waar liter na liter pils in gerecyclede, bruine flesjes als zoete broodjes over de toonbank vliegen, maar waar geen één werknemer nou eigenlijk echt weet hoe die pils precies gebrouwen wordt. Of moet deze idealist sceptisch zijn? Wanneer een markt in zo’n rap tempo groeit, dan moeten er haast ook wel commerciële partijen zijn. Sletterige brouwers die niet zoveel op hebben met hun product, maar er met liefde over zullen spreken zolang hetzelfde product voldoende geld in het laatje brengt. Vandaag maken zij met geveinsde passie hun bieren, maar morgen, wanneer de bierstorm weer is over gewaaid, stappen zij net zo makkelijk over op een ander eerlijk product dat op dat moment helemaal je-van-het is en waarbij zij op dat moment uiting zullen kunnen geven aan hun voorheen nog onontdekte passie.

biersmurfGelukkig voor mijn eigen gemoedsrust ben ik niet zo’n idealistische drinker. Ik wil lekker bier en het liefst komt dat lekkere bier nog van eigen Nederlandse bodem ook. Zolang er nieuwe Nederlandse bieren zijn blijf ik tevreden proeven, zoals ik gisteren ook tevreden de Nordman IPA (super IPA!) en de Amsterdam Brewboys Pale Ale no1 (lekkere Pale Ale!) dronk. Maar ik zal me wel blijven afvragen waar het allemaal heen gaat. Krijgen we volgend jaar de grote biercrash van 2015? De grote natural selection waarbij alleen de klassieke jongens die zich al jarenlang bewijzen en de publieksfavoriete nieuwelingen overblijven? Leven we in een stukje biergeschiedenis waarvan onze kleinkinderen ons later zullen vragen om daar nog eens zo’n mooi, ietwat geromantiseerd verhaal over te vertellen?
Of schrijf ik over drie jaar weer eenzelfde monoloog, waarin ik me verbaas dat er inmiddels ruim 500 Nederlandse brouwerijen als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten? Is nu, op dit moment, de grote moderne Nederlandse bierrevolutie in volle glorie gaande en wordt het vanaf morgen alleen nog maar minder? Of is dit slechts het begin van ‘s Neerlands vloeibare Gouden Eeuw, waarbij een piek komt die ik me nu nog totaal niet kan voorstellen?

Ik kan niet in de toekomst kijken, dus ik heb geen idee waar het precies heen gaat. Wat ik wel kan voorspellen is dat ik het allemaal eens goed in de gaten ga houden, met een pen in mijn linkerhand en een goed Nederlands biertje in mijn rechterhand.

No comments yet

Leave a Reply