Soort (ikvindhetmaarn)X

13 Apr

… en die andere dan? Een vraag die vele van jullie zich waarschijnlijk gesteld hebben de afgelopen dagen. SpoelenMaar bestaat toch uit meer personen dan die ene van soort X+Y? Waar is die dan gebleven? Is hij gestopt met het drinken van goddelijke, smaakvolle bieren? Is hij teruggegaan naar zijn roots en overgestapt op een Bavaria-only-regime? Zijn z’n handen er afgehakt na het stelen van een krat Jupiler en moet hij leren typen met een stukje hout tussen zijn tanden? In deze aflevering van hoe is het nu met: André van SpoelenMaar – De man die die nooit te beroerd was om overhaast een onderbuikreactie te plaatsen op SpoelenMaar; de man die de Nederlandse bierwereld eigenhandig uit het slop trok; de man die een hele generatie leerde hoe ook zij biersnobs konden worden.

SpoelenMaar komt naar je toe deze lente. Geen semi-humoristische, fictieve interviews met bekende personen, maar introspectieve stukken van hoog niveau. In tegenstelling tot bepaalde stripfiguren hebben wij, de heren van SpoelenMaar, onze ziel nog niet verkocht aan de commercie. Eerder deze maand was het de beurt aan René, ook wel bekend als ons Benzaike, die met jullie deelde hoe zijn bierleven is veranderd sinds de komst van zijn kleine opvolger. Het lijkt bijna vanzelfsprekend dat ik er dan ook maar aan moet geloven. Niet aan een opvolger natuurlijk, maar aan een hoe is het nu met..?

De laatste tijd is het, wat betreft inzendingen van mijn kant, op zijn zachts gezegd rustig. Betekent dat ook dat ik de laatste tijd minder bier drink? Misschien wel ietsjes. Het vaderschap van René heeft ook op mijn tempo z’n inslag. De persoon die me eerst zo’n drie keer in de week benaderde om te filosoferen over onder het genot van kreeg het iets drukker, waardoor ook mijn consumptiegedrag verminderde. Daarnaast vond ik werk, stopte ik met roken, begon ik met sporten en verwacht mijn vriendin dat ik eens in de zoveel tijd ook een keer meehelp met de afwas. Maar gestopt ben ik zeker niet.

In de tijd dat ik iets ben afgeremd is de rest van Nederland gas bij gaan geven lijkt het. Iedereen en z’n moeder drinkt nu speciaalbier. Als iets oudere rot in het vak zou ik hier over kunnen gaan klagen. Speciaalbier is niet langer een bijzondere, enigszins obscure, hobby waarover je heel interessant kunt gaan doen op feestjes. Steeds meer mensen beginnen mee te praten over mijn passie en dat is… mooi!

Helaas lijkt niet iedereen het daar mee eens te zijn en daar ligt voor mij een klein irritatiepunt. Het eens zo vrolijke Nederlandse bierwereldje lijkt steeds meer en meer opgesplitst en, hoe toepasselijk, bitterder te raken. Ik ga niet de schuld van mijn afwezigheid bij anderen neerleggen, maar ik moet toegeven dat ik heel af en toe een beetje moe werd van enkele van mijn bierbroeders. “Vroeger” (wat in mijn geval nog niet eens veel verder teruggaat dan 5 à 6 jaar geleden) las ik alles wat er op biergebied te lezen viel. Ik kende alle blogs, en ik hield ook de magazines in de gaten. Maar tegenwoordig is het haast niet meer te volgen. Teveel blogs, teveel kranten met ongeïnformeerde stukjes over bier en teveel mensen met een mening die haaks staat op de mijne. Eigenlijk hou ik alleen nog Dossier Hop en heel af en toe Bier! Magazine in de gaten. Grumpy Old Woman

De grootste ontwikkeling van de laatste tijd is de verkrijgbaarheid van speciaalbier in de supermarkt. Ik schakelde een tandje lager, maar Albert Heijn en Jum Bo zette hem beide in de zesde versnelling. Ik kon m’n oren haast niet geloven toen ik hoorde dat ik bij de Albert Heijn in m’n dorp Punk IPA kon gaan kopen, maar helaas bleken er ook hier weer genoeg zuurpruimen te zijn die dit een slechte ontwikkeling durfden te noemen. En dan heb ik het niet alleen over slijterijen die zonder moeite te doen mee willen profiteren van de bierhype, die nu logischerwijs gaan liggen huilen dat de grote, boze, machtige supermarkt ze kapot wil concurreren. Ook de groep veteranen, zoals ik deze een jaar of 2 geleden eens beschreven heb, lijkt steeds groter te worden. Ik begrijp dat het volgende statement mij ook tot een zuurpruim maakt, maar ik heb best wel een hekel aan deze soort. Soort (ikvindhetmaarn)X.

Iedereen en z’n moeder drinkt speciaalbier dus. Iedere kruidenier en z’n moeder verkoopt Schotse en Amerikaanse IPAs. Iedereen die wel eens een speciaalbiertje heeft gedronken begint z’n eigen (betaalde) proeverijen te geven, ook al moeten ze anderen via sociale media vragen hoe ze zo’n proeverij moeten opzetten. Iedereen die per ongeluk een keer een rosébier heeft gedronken maakt een Untapp’d profiel aan…

Het gaat hard nu. Heel hard. Eigenlijk zou ik dus genoeg te vertellen moeten hebben. Maar toch lijkt de inspiratie wat weg te blijven. Misschien word ik ouder en vredelievender, misschien interesseert het me iets minder, misschien komt het puur doordat ik het wat drukker heb nu.

56_voorMisschien moet ik toch maar weer eens m’n best doen om wat vaker m’n ongevraagde mening te geven. Of misschien moet ik voor de nieuwelingen nog eens wat avonturen uit de oude doos trekken. Misschien kan ik de nieuwelingen dan vertellen dat vroeger, qua bier, alles beter was.

Nee.

Ik wil best weer wat vaker gaan schrijven over bier, maar zeggen dat vroeger alles beter was zal ik niet doen. Vroeger verkochten supermarkten geen IPAs. Vroeger kon ik hier in het dorp überhaupt alleen IPAs vinden in de kelder van de ouders van René. Vroeger moest je naar Amsterdam om wat goed Amerikaans bier te vinden. Vroeger vond je amper Nederlanders binnen de grote biercommunity’s. Vroeger was er slechts een handvol blogs waar je verhalen en meningen over bier kon lezen. Vroeger was het een wonder als het een keer over bier ging in de krant en als het al over bier ging dan ging het over de dalende pilsverkoop.

Er is tegenwoordig misschien iets minder SpoelenMaar verkrijgbaar, maar qua bier gaan we nog steeds de goede kant op. En laten we eerlijk zijn: Dat is toch het belangrijkst?

No comments yet

Leave a Reply