Het probleem van pils

24 May

Op SpoelenMaar heb ik het vaak over speciaalbier en in een van onze eerste artikelen heb ik ook verteld waarom ik deze term hanteer. In dat artikel geef ik aan dat ik met speciaalbier eigenlijk alle bieren behalve pilsener bedoel. Dit klinkt natuurlijk klinkt dit wat cru, maar ik denk dat het voor veel mensen fijn is als je dit onderscheid maakt, aangezien bier gauw met pils wordt geassocieerd. Maar zoals onze twitter-volgers gisteren konden zien ben ik niet te flauw om me af en toe eens tegoed te doen aan een pilske. In dit artikel vertel ik wat mijn probleem met de bekende goudgele rakker nou precies inhoudt.

Als ik ergens op een verjaardag ben zul je mij niet horen huilen dat ik per se speciaalbier wil. Pils is prima en er zijn ook avonden dat ik de hele avond Bavaria drink. In die zin heb ik niks tegen pils en op sommige dagen heb ik echt zin in een pilsje, in plaats van een bier van 8% met allerlei ingewikkelde smaken. Zo dacht ik gisteravond: Zo, nu eerst een Freedom Pils.

 

Het grote nadeel van pils is wanneer je het echt gaat proeven. Het is vaak een ultieme doordrinker om de avond mee door te komen, maar als je de smaak teveel in je opneemt dan is een pilsje gewoon wat minder interessant dan speciaalbier.

Pilsener is een stijl en een stijl heeft vaak bepaalde kenmerken, dus is het logisch dat alle pilseners zo op elkaar lijken. Aan de andere kant: veel speciaalbieren vallen ook onder een bepaalde stijl, maar die stijlen bieden meer ruimte voor variatie. Pilsener wordt gemaakt van water, mout, hop en gist en kruiden komen er niet in voor. Bij veel andere bierstijlen wordt wel gebruik gemaakt van kruiden, waardoor ieder bier binnen die stijl toch net weer wat anders smaakt. Bij stijlen zoals IPA worden vaak verschillende hopsoorten door elkaar gebruikt, waardoor een bepaalde combinatie ontstaat die zorgt voor een unieke smaak. Bij stouts wordt gebruik gemaakt van gebrande mout, waardoor de ene stout wat meer naar koffie smaak dan de ander. Combineer een aantal van deze zaken en je kunt in een bepaalde stijl een wereld van verschil creëren. Bij pils is dit allemaal wat soberder en is de variatie in smaak is dan ook een stuk kleiner.

In principe vind ik Heineken van de tap vaak minder lekker dan Bavaria, Dommelsch of Grolsch, maar op het moment dat ik blind moet gaan benoemen welk bier in welk glas zit val ik keihard door de mand. Zo had ik tijdens een pilsproeftest in Buitenlust 0 van de 8 Hollandse pilseners goed. Drink voor de grap maar eens 5 verschillende pilsjes door elkaar. Je drinkt de eerste en je proeft een bepaalde smaak en die smaak triggert een bepaald vermoeden van een merk (of dit juist is, is natuurlijk nog maar de vraag). Na 2 slokjes pak je het volgende glas en je proeft minimale verschillen tussen de twee bieren. De tweede is misschien iets zoeter of hij voelt wat droger aan, maar verder merk je niks geks. Pak het derde glas en neem weer 2 slokjes en dan besef je opeens dat je geen idee meer hebt van wat het verschil nou precies is. Tenminste zo werkt het bij mij (en vele anderen). Ik heb dan ook al regelmatig mensen door de mand zien vallen na het gebruik van de zin: “[Pilsmerk] haal ik er zéker uit!”

Als je een bepaald speciaalbier wat vaker hebt gedronken dan vind ik het zelf makkelijker om er een naam aan te verbinden dan bij een pils. Smaakgeheugen blijft een lastig iets en ik wil niet beweren dat ik al m’n favoriete bieren zo kan benoemen, maar ik vind het vaak wel simpeler dan bij pils. Op het NK (ja er is een NK van) Blind Bier Proeven had ik er dan ook 3 van de 8 goed. Een Guinness kun je bijvoorbeeld al bijna aan de schuimkraag herkennen, een Kasteel Rouge aan de snoepjesgeur in combinatie met het gevoel van de 8% alcohol, etc.

Als je naar m’n speciaalbier beoordelingen kijkt dan kun je binnen een stijl het ene bier een 2 zien scoren en een andere bier een 4 (allebei uit maximaal 5 punten). Bij pils ligt dit allemaal een stuk dichter bij elkaar en zie je vaak punten tussen de 2.8 en de 3.4. Veel hoger dan een 3.4 scoort een pils bij mij zelden. De voordeel van pils is dus dat je zelden heel negatief verrast wordt en een pils is 9 van de 10 keer redelijk goed te drinken – het nadeel is dat het lekkerste pilsje van de hele wereld niet op kan tegen een redelijk (of nog meer dan redelijk) smakend speciaalbier.

Ter afsluiting:
Mijn hoogst scorende pilsener op dit moment: Dreher Classic met de score van 3.7 uit 5. Dit bier smaakt namelijk net iets anders dan 90% van de andere pilseners en dit maakt hem wat meer bijzonder en aangenaam. Een van de weinige pilseners die de magische 3.4 grens heeft doorbroken.

Andere aanraders zijn Brand UP, Pilsener Urquell en Budweiser Budvar (de Tsjechische Budweiser, dus niet de Amerikaanse).

Mijn slechtst scorende pilsener: Cara Pils met een score van 2 uit 5. Smaakt vooral naar water. Ontzettend saai en matig bier uit Frankrijk.

Zoals altijd blijft het een kwestie van smaak en kan jouw mening afwijken van de mijne!

2 Responses to “Het probleem van pils”

  1. Eric 24. May, 2012 at 17:14 #

    99 van de 100 smaken inderdaad gewoon simpel en hetzelfde. Niets mis mee, maar genieten ga je er niet van. Birrificio Tipopils en onze eigen Christoffel zijn echte prositieve uitschieters voor mij, die echt heel lekker zijn. Anders zijn Leich en Brand UP ook prima bieren.

    [Reageer]

Trackbacks/Pingbacks

  1. [BLOCKED BY STBV] Schade Duitsland - 03. Apr, 2013

    [...] bij veel Duitse bieren een beetje last van het fenomeen wat eerder omschreef in het artikel ‘Het probleem van pils‘.  Uitzondering hierop zijn de Weissbieren, die wat duidelijker een eigen karakter hebben. [...]

Leave a Reply