Een slap excuus

1 Nov

Ik ben eigenlijk best een lichtgewicht. Na jaren van bierdrinken (en een investering van vele euro’s) begint zich eindelijk een respectabel buikje te vormen, maar ondanks mijn lengte van 1.88m heb ik het gewicht van 80 kilo nog nooit aangetikt. Mijn alcohol-tolerantie komt dan ook niet voort uit mijn lichaamsgewicht, maar eerder uit het frequentie van alcoholgebruik. Trainen, trainen en nog eens trainen. Toch houdt deze tolerantie nog niet over en raak ik toch regelmatig wat aangeschoten na een flinke proefsessie. De verzuring slaat na zo’n training flink toe in de hersenpan, met een lastige hoofdpijn als gevolg. Juist hierom zou ik voorstander moeten zijn van lichte bieren. Bieren met slechts 5 tot 7% alcohol zijn eigenlijk perfect voor mij. Eigenlijk. Want toch zijn dit vaak niet de bieren waar ik heel erg vrolijk van word. Jammer!


Voor je de rest van dit verhaal gaat lezen moet ik het maar een keer zeggen: Ik heb niks tegen lichte bieren en ik ben blij dat ze bestaan. Regelmatig heb ik op deze site de Berghoeve Khoppig aangeprezen. Een bier met 4,5% alcohol, maar een smaak waar je u tegen zegt. Zeker voor een bier van 4,5%. Helaas is de Khoppig eerder de uitzondering dan de regel.

Mijn voorkeur gaat vaak toch uit naar bieren tussen de 8 en 12% alcohol. Veel smaken, een stevige body en een nasmaak waar je minuten lang van kunt nagenieten: Dat zijn mijn bieren. Op het moment dat bieren van 6% dezelfde smaakervaring gaan geven stap ik meteen over, maar dat soort bieren zijn schaars (als ze überhaupt al echt bestaan). Het is wel mogelijk, zoals onder andere de eerder genoemde Khoppig bewijst, maar dit soort bieren worden er maar weinig gemaakt. Andere voorbeelden van dit soort geniale, lichte bieren zijn bijvoorbeeld de Molen Amerikaans (4,5%) en de Van Moll Conquistador (5,5%).

Hoe smaakvol deze bieren ook zijn, ze kunnen, als ik helemaal eerlijk ben, meestal toch niet op tegen hun sterker alcoholische concurrenten. Na het drinken van zo’n bier 1262189-beagle_boyshoor je vaak de opmerking: Dit was best een lekker biertje, voor een bier met zo’n laag alcoholpercentage. De erwtensoep van Unox is best lekker, vergeleken met andere erwtensoepen uit een blik. Daaraan voeg je haast automatisch toe: Maar hij haalt het niet bij de verse die ons oma vruuger maakte. Na het drinken van een laag alcoholisch bier is dit bij mij (en andere bierliefhebbers in m’n omgeving) vrijwel altijd de conclusie. Om het nog scherper samen te vatten in één zin: Een licht bier kan meevallen; een zwaar bier is een potentiële topper.

Blijkbaar is alcohol toch nodig voor een stevige smaak, een dikkige textuur en een imposante nasmaak. Ik vind dit (als niet-brouwer) moeilijk te begrijpen. Witte wijn bevat een alcoholpercentage van rond de 10%, maar dat soort wijnen smaken in mijn beleving een stuk wateriger dan een stevige Imperial Stout van 10%. Tequila (40% alcohol?) vind ik ook niet echt een stevige body hebben. Alcohol lijkt dus niet de manier te zijn om waterigheid in de smaak tegen te gaan.

Ook zou het te maken kunnen hebben met de hoeveelheid koolzuur, maar  in de bierwereld verschillen deze ‘heftigheden in het koolzuurdepartement’ enorm. Een bier van 4% kan totaal overweldigend zijn qua bubbels, maar een ander bier met dezelfde 4% alcohol kan ook weer volledig plat en levenloos zijn. De heftige stouts hebben vaak juist heel weinig koolzuur, maar voelen juist erg dik aan. Dit zojuist door mij verzonnen verband tussen smaak en koolzuur lijkt dus ook al niet te bestaan. Ik kan dus helaas de oorzaak van dit ‘probleem’ nog niet aanwijzen.

Vaak wordt de fanatieke bierliefhebbers verweten dat ze alleen van sterke bieren houden en eerlijk gezegd is die bewering ook niet lastig te onderbouwen met cijfers en statistieken. Als je kijkt naar de topbieren van bijvoorbeeld Ratebeer dan staan er in die top vooral relatief sterk-alcoholische bieren. Je hoort zoveel mensen praten over de Westvleteren 12 (12%), maar het zou me niet verbazen als er bierliefhebbers zijn die niet eens weten dat de Westvleteren Blond (5,8%) ook bestaat. Een euro of 15 betalen voor één 33cl flesje Westvleteren 12? Terecht, het is het beste bier van de wereld! 9 Euro voor de Westvleteren Blond? Kom op, het geld groeit me niet op de rug…
René schreef eerder deze week dat zijn interesse naar lichtere bieren steeds meer gewekt wordt, maar ook hij kan niet zeggen dat de lichte bieren zijn voorkeur hebben over de zware jongens van de bierwereld. Ja, er zijn momenten dat lichtere bieren beter smaken dan de hele zware concurrenten, maar dit soort momenten zijn (in ieder geval bij mijzelf) erg schaars. Wellicht gebeurd het ooit als ik net een flinke maaltijd op heb, of als het buiten 35 graden is. Alhoewel, als het buiten zo warm is, doe me dan toch maar die heerlijke IPA van 7,5%.

De moraal van dit verhaal? Ik ben een slachtoffer; geen dader. Kom je me ooit aangeschoten tegen op een festival? Zie je me ooit drie keer van m’n fiets vallen op zo’n 100m afgelegde afstand? Kom ik soms, later op de avond, wat moeilijker uit m’n woorden? Begrijp dan dat ik er niks aan kan doen. De lekkerste bieren zijn nu eenmaal de zware bieren. Ik laat me echter graag het tegendeel bewijzen: M’n verzuurde hersenspier zou me dankbaar zijn.

One Response to “Een slap excuus”

  1. Eric 02. Nov, 2013 at 09:15 #

    De oorzaak is mout. Een vol mondgevoel krijg je (voornamelijk) door veel mout te gebruiken. Maar dat betekent ook veel suikers en als je die allen laat vergisten (anders wordt het erg zoet en vooral niet lekker) dan krijg je veel alcohol. Eigenlijk is dus de hoge alcohol slechts een bijeffect.

    [Reageer]

Leave a Reply