Een enorme bierweek

19 Sep

Het weekend staat voor de deur. Speciaal voor deze gelegenheid een stuk van René dat je het hele weekend kan bezighouden!

Vooraf wist ik al dat het een bierige vakantie ging worden. Ik rekende mezelf voor: 8 dagen weg, waarvan de laatste dag alleen maar terugreis, dus 7 dagen actief daar, gemiddeld 50 nieuwe bieren proeven per dag zou me 350 nieuwe beoordelingen geven. Mensen buiten de bierproefwereld zetten grote ogen op als ik ze dit vertelde. Dat deden ze overigens ook al wanneer ik ze vertelde dat ik alleen voor het bier op vakantie ging. “Ik heb mijn vriendin uitgenodigd hoor, ze mag gewoon mee!” probeerde ik nog, maar dat was al niet meer aan hen besteed. Vervolgens moest ik dan nog uitleggen dat ik hoopte juist niet zat te worden en geen katers te hebben. Nee, men vond het maar een vreemde manier van vakantie vieren.
Ik was echter niet alleen. Zoals wel vaker op buitenlandse tripjes sloot ik aan bij de onbetwiste leider van ons Oirschotse proefclubje: Joris. Mijn vriendin was aardig genoeg om ons drieën (jazeker, Joris’ vrouwelijke wederhelft Judy is wel altijd van de partij, hoe doet ie het toch!?) naar station Tilburg te brengen alwaar we de trein richting Brussel namen. Daar aangekomen sloot ook Tinus aan en 2 uurtjes later stonden we in hartje Londen, een reis van in totaal nog geen 5 uur. Daar waar Joris en Judy een hotel hadden geboekt gingen Tinus en ik op zoek naar twee van de meest gastvrije mensen van Londen: Chris en Ruth. Zij waren zo aardig om ons de hele week voor niks te laten slapen bij hen in huis. Net als nog een heel aantal andere bierliefhebbers van over de hele wereld overigens. Canada, Duitsland, Denemarken, het was een internationaal gezelschap.

Nadat we de spullen hadden gedropt bij Chris en Ruth gingen Tinus en ik wat eten alvorens te vertrekken naar Craft Beer Co. Clapham, alwaar de eerste samenkomst van bierliefhebbers die zich hadden aangemeld voor de Ratebeer European Summer Gathering (RBESG) zou plaatsvinden. We waren er wat eerder dan gepland, zodat ik alvast even een trade af kon ronden met een ratebeerian uit Londen die ik nog kende van mijn vorige vakantie in de Engelse hoofdstand zo’n 3 jaar geleden. Niet veel later liep de kroeg vol en werden de eerste bieren gedeeld. We proefden alles wat op tap te verkrijgen was en er kwamen ook een behoorlijk aantal flessen voorbij, zowel besteld in de kroeg als gedeeld door verschillende aanwezigen. De kop was eraf.

Na een paar uurtjes en 26 geproefde bieren vertrokken we naar de volgende stop van vandaag: BrewDog Shepherds Bush. Deze bar is zeker aan te raden als je de kans hebt deze te bezoeken. Een groot aanbod van BrewDog bieren maar ook bieren van andere brouwerijen. Een van de deelnemers van de RBESG deelde hier ook een fles Quantum Barleywine. Bah bah wat was dat goor spul. Later proefde ik nog een ander bier van deze brouwerij en die was zelfs nog erger. Slechter dan deze bieren zou het de rest van de vakantie niet meer worden.

De eerste dag was toch best vermoeiend geweest en we gingen terug naar Chris & Ruth. Meteen naar bed? Nee dat dan ook weer niet. Er werden nog wat bieren geproefd die diverse gasten hadden meegenomen waardoor het totaal voor die dag uitkwam op 52. Ook overhandigde ik Chris de bieren en Ruth de kaas die ik had meegenomen als dank voor het gratis logeren. Het staat niet in verhouding, maar het ging om het gebaar en ze waren er erg blij mee.

Dag 2

Dag 2 had een druk programma. We begonnen al vroeg: om 10 uur ’s ochtends waren we al onderweg naar brouwerij Fourpure. Ik had hier nog nooit van gehoord maar ja wat wil je, met zo’n 80 brouwerijen alleen al in Londen! Vooraf hoorde ik van “insiders” dat de brouwerij niet bijzonder goed was, maar wel nieuw. Hun pils was eigenlijk het beste bier van ze, zo werd gezegd. Ik vond de bieren zeker niet tegenvallen en daarnaast werden we zeer hartelijk ontvangen door de brouwer en overige medewerkers. De bieren waren redelijk geprijsd en bovendien kregen we een verser-dan-vers-recht-van-de-‘vulband’-afkomstig blikje IPA mee. Een prima begin van de dag.

Partizan was de volgende brouwerij. Hier hadden we een totaal andere ervaring. We zagen slechts één medewerker van de brouwerij. Hij kwam om de 5 a 10 minuten naar buiten met wat flesjes die we staand buiten de brouwerij mochten verdelen onder de aanwezigen. Gelukkig kwam ie ook met glazen aanzetten. Dat we hiervoor dan ook nog per persoon 9 pond moesten betalen maakte de gehele ervaring ook al niet beter. Ze maken absoluut prima bieren, maar qua gastvrijheid was het waardeloos.

Op naar de volgende halte: Brew by Numbers. Hier hadden we wederom een prima tijd. Bankjes om op te zitten en veel verschillende bieren te proeven. Niet te duur, vriendelijk personeel en bovendien een aantal hele lekker bieren. Vooral de porters, stouts en de berliner weisse die ik proefde bevielen me erg goed.

Ondertussen werkte het weer ook nog mee en was het droog en aangenaam warm. Bij Anspach & Hobday hadden we opnieuw voldoende plaats om binnen in de schaduw te zitten en rustig de bierlijst af te gaan. De bieren van deze brouwerij waren niet spectaculair. “Wel aardig”, zou ik zeggen. We vertrokken na zo’n 50 minuten want de volgende brouwerij verwachtte ons alweer en dat was er niet zomaar een: The Kernel!

Ik was al eerder bij deze brouwerij geweest maar ondertussen waren ze verhuisd naar een nieuwe locatie die vele malen groter is dan waar ze ooit begonnen. De meeste bieren van The Kernel kende ik al, dat was jammer. Maar het drinken van hun bieren is nooit een straf. Ze maken een hele rits aan hoppige Pale Ales en IPA’s met steeds andere hop combinaties. Hou je niet van hop en bitter ga dan voor hun Stouts en Porters. Het is niet zo dat alles wat ze aanraken in goud verandert, maar het gemiddelde niveau van hun bieren is wel verdomd hoog.

Hierna vertrokken we naar een ander deel van de stad waar we Redchurch Brewery bezochten. Opnieuw een grote onbekende voor me en weer werd ik aangenaam verrast. Een stuk of vier aangenaam hoppige bieren, maar ook een prima pils en een aardige Amber Ale. Daar wil ik nog wel eens terug. Ze waren voor mij tot noch toe onbekend, maar positieve verrassingen zijn eigenlijk de leukste die je kunt hebben. Niets verwachten en dan plots verrast worden. We proefden zes van hun bieren, waarvan ik de Redchurch Broadway Black Pale het lekkerst vond.

Hierna was het nog een avondje kroegentocht langs Mother Kelly’s, The Kings Arms en BrewDog Shoreditch, een andere BrewDog bar.

Dag 3

Dag 3 begon eigenlijk ’s nachts al voor me. Rond een uur of 4 werd ik wakker met de ziekste krampaanval in mijn rechterkuit die ik ooit gehad heb. Sterker nog, ik zei altijd dat kramp wel meeviel en mensen niet zo moesten zeuren. Deze woorden werden op dit moment ongenadig hard afgestraft. Nadat ik met mijn andere knie en mijn hele gewicht op mijn beton-harde kuit was gaan zitten nam de pijn eindelijk langzaam af.

Na een nacht met weinig slaap en veel pijn was het vertrek voor dag 3 dus aanstaande. Echt gemakkelijk liep ik niet, maar er was niets aan te doen. Het voorprogramma van deze dag was hetzelfde als vrijdag. We begonnen bij Beavertown Brewery. Het mag dan vroeg zijn geweest, de bieren smaakten prima. Bij deze brouwerij, die ook pas een paar jaar bestaat zoals zoveel craft breweries, proefden we zes bieren. Vijf van Beavertown zelf en eentje was een collaboration met BrewDog. Dat was ook de beste: BrewDog & Beavertown Catherine’s Pony, een Imperial Porter van 8,8%, heerlijk. Daarnaast vond ik als hophead de Neck Oil (American Pale Ale, 4,5%) en de V’Allium (IPA, 7,3%) erg lekker.

Cock Tavern / Howling Hops in Hackney was de volgende stop deze ochtend. Vrijwel uitsluitend cask ales op tap bij deze brewpub, en dat is toch even schakelen. Uiteindelijk was het ook hier een Imperial Porter die als beste uit de proefsessie kwam naar mijn mening: de Howling Hops RIP van 12,5%.

Crate Brewery zag er vreemd uit vanaf de buitenkant. Het leek helemaal niet op een brouwerij en als het er eentje was zag het er niet uit als een goeie. Ik had weinig vertrouwen maar werd opnieuw verrast. Prima bieren, een meer dan goede service en ook nog prima zelfgemaakte pizza’s die wij om 12uur mooi als middageten naar binnen werkten.

Hammerton Brewery was wat minder interessant. We proefden vijf van hun cask ales en hoewel ze niet slecht waren was ik er ook niet bepaald van onder de indruk. Wel waren brouwer en personeel opnieuw zeer gastvrij en gaven ze een prima rondleiding door de kleine brouwerij met uiteraard een verhaaltje over het ontstaan en dergelijke. Een aardige stop, maar na een half uurtje had ik het wel gezien.

Gelukkig vertrokken we ook niet lang daarna naar Camden Town brewery. Dit was de laatste stop voordat we begonnen aan de Grand Tasting. Eigenlijk kan ik net zo goed meteen doorgaan met de Grand Tasting want Camden Town Brewery viel ook wat tegen. Geen slechte bieren, maar ook niet bepaald interessant.

De Grand Tasting, waar alle aanwezigen 2 of 3 zelf meegebrachte flessen delen met alle andere aanwezigen en je zo dus heel veel verschillende en normaal gesproken onvindbare bieren kunt proeven, was bij Moncada Brewery. Deze brouwerij is ook pas een kleine drie jaar bezig, maar daarmee al ouder dan een derde van alle Londense brouwerijen. Het was een zeer genereus aanbod van deze brouwerij om ons de GT bij hen te laten houden, aangezien er dus alleen zelf meegebrachte flessen werden geopend. Maar goed, ze waren er op voorbereid kennelijk want toen ik, nog voordat de GT begon vroeg welke eigen bieren ze op de tap hadden kreeg ik als antwoord “niets, jullie hebben toch zelf bier bij?” Hmm goed punt, maar toch een beetje vreemd.

De GT begon prima met een paar hoppige bieren en daarna een paar zure, maar toen kwam het bier Twisted Barrel Planet Of The Ales. Had ik al gezegd dat het dieptepunt was bereikt bij de bieren van Quantum? Toch niet dus. Dit Planet of the Ales bier was echt uitgeknepen prei en andere groenten, kruiden en specerijen. Absoluut ondrinkbaar goor spul. Moncada redde mijn smaakpapillen met een prima zomerse session IPA. Van de fles, dus ze hadden inderdaad niets op de tap zitten op het moment dat ik het vroeg. De absolute hoogtepunten van de GT waren voor mij Monks Café Stockholm Blend no. 5 Almighty (Imperial Stout, 10%), Squatters Fifth Element (Sour/Wild Ale, 6.75%) en FiftyFifty Imperial Eclipse Stout Java Coffee (Imperial Stout, 11.9%). Er bleef een flesje No. 5 Almighty over en degene die het had meegenomen gaf het weg. Ik was er als de kippen bij, dus daar ga ik thuis nog eens ontzettend van genieten in de toekomst.

Dag 4

Zondagochtend was niets anders gepland dan uitslapen, pas ’s middags ging het ging de laatste dag van RBESG van start. De Deense topraters die ook bij Chris en Ruth overnachtten wilden daar echter niets van weten en dus kon ook ik het niet laten. Zodoende zaten we alweer vroeg in de trein op weg naar Egham, op zo’n 35 kilometer van Londen, waar een klein CAMRA-bierfestivalletje werd gehouden met alleen maar klassieke Britse real ales waar CAMRA voor staat. Het was qua bier geen proefsessie met uitschieters maar het was leuk om eens mee te maken.

Het middagprogramma bestond uit nog een bottle share en vervolgens weer een kroegentocht, maar ik heb hieraan niet deelgenomen. Ik had met vrienden afgesproken in Brighton, zo’n 80-100 km ten zuiden van Londen aan de Britse kust. Ik kreeg een leuke toeristische rondleiding door Brighton en uiteraard dronken we een paar prima biertjes, maar even in een ander tempo. De afgelopen dagen hadden volledig in het teken van bier en bier proeven gestaan en ik was blij even rustig over allerlei andere dingen te kunnen lullen en mijn smaakpapillen een klein momentje rust te gunnen. Het was ook niet verkeerd om een nacht goed te slapen in een tweepersoons bed in plaats van op mijn luchtbedje in mijn slaapzak. De volgende dag (het was inmiddels maandag) keerde ik tegen 16uur terug naar Londen en sloot weer aan bij de overgebleven RBESG club. Een paar biertjes bij Cask Pub & Kitchen (waar je ook zeer fraaie burgers kunt bestellen) en toen nog een paar flessen geopend bij Chris & Ruth, maar niet al te laat naar bed want morgen begint the Great Britisch Beer Festival, ofwel GBBF.

Dag 5, 6 & 7 – GBBF

Ik had al verhalen gehoord van verschillende mensen dat GBBF enorm is. Een enorm gebouw, een enorme drukte (op sommige dagen), enorm veel bieren en als je te laat was ook een enorme rij voor de ingang. Ook wisten de Denen dat er slechts een beperkt aantal zitplaatsen en tafels beschikbaar is en dus wilden ze koste wat kost vooraan in de rij staan. Het ochtend ritueel van vandaag, woensdag en donderdag zou precies hetzelfde zijn. Om 8 uur uit bed, douchen, aankleden, om 9 uur bij Arthur’s een Engels ontbijt naar binnen werken, snel wat broodjes of een sandwich halen bij de Tesco en om 10 uur in de trein richting GBBF. Daar stonden we dan, om half elf ’s ochtends. De deuren gingen pas om 12 uur open, maar we stonden inderdaad elke dag bij de eerste 10. Om exact 12.01 uur (althans op mijn horloge) gingen de deuren open en stormden we naar binnen. Ticket in de ene hand om het snel te laten scannen, portemonnee in de andere om direct twee pint glazen te kunnen kopen (die je overigens na afloop weer kon inleveren waarbij je je geld terug kreeg) en vervolgens snel door naar de tafels met stoelen.

Het gebouw was gigantisch: vier of vijf hallen van misschien wel 80 of 100 meter lang en 50 meter breed. Meer dan 20 verschillende bars met ieder zo’n 25 verschillende bieren, allemaal cask natuurlijk. Daarnaast was er ook nog een flessenbar waar nog eens tig verschillende bieren op fles konden worden gekocht. De Denen kochten op de eerste ochtend direct alles wat ze niet kenden en geloof me dat waren een hoop flessen. We verdeelden de flessen onder alle personen die bij Chris & Ruth logeerden en ze zouden in de komende drie avonden allemaal geproefd worden. Inderdaad, na een volle dag bier proeven op GBBF dus.

Velen zullen denken, en sommigen zullen het misschien schrijven ook, wat kun je nu nog proeven na zoveel bier? Dan ben je toch dronken? Nou nee, bij dit soort gigantische proefsessies drink je wat je nodig hebt om een goede beoordeling te geven. Als je vindt dat je daar een hele fles of een vol glas voor moet drinken, prima, maar ik ben het niet met je eens. Als je beperkte hoeveelheden drinkt kun je een bier nog steeds prima proeven en door goed water te drinken tussendoor en regelmatig te eten wordt je ook niet dronken, uitzonderingen daargelaten.

Een festivalboekje is normaal gesproken vaak een pagina of 8, zelf aan elkaar geniet, zelf geprint. Dit was hier heel anders. Het boek is een halve centimeter dik en heeft bijna 100 pagina’s! Dat moet ook wel om alle 900 bieren die te proeven zijn er in te krijgen. Het proeven gaat in razend tempo. Met 6 tot 8 man aan een tafel, ieder twee glazen. Iedereen haalt twee onbekende bieren, schrijft op een post-it om welk bier het gaat en plakt dit onder het glas. Vervolgens proef en beoordeel je het bier voor je en geeft het door naar links. Dit doet iedereen aan tafel en dus heb je door zelf twee bieren te halen als je glas rond is geweest 12 tot 16 nieuwe bieren geproefd. Het is bier ticken van de bovenste plank en ik geef het direct toe, ik ben er –vooral op dit soort festivals– ook eentje van.

De Britse bierstijlen overheersten natuurlijk tijdens het GBBF. Enorm veel Bitters, Golden Ales, Brown Ales, Britse IPA’s, ESB’s en Mild’s passeerden de revue. Sommigen zijn haast niet van elkaar te onderscheiden, voor de cask ale bitters zijn vaak erg vergelijkbaar. Je kunt denken “waarom proef je oneindig veel bieren die allemaal bijna hetzelfde smaken, waarom pak je niet gewoon de bieren waarvan je al weet dat ze lekker zijn?”. Prima, maar zo zit ik niet in mekaar. Het is saai. Maar dat is het aan de lopende band proeven en beoordelen van een eindeloze reeks bitters ook. Toch vind ik een nieuw bier proeven leuker, ook al is het de zoveelste van een bepaalde stijl. Het gaat ook hier om de verrassingen. Het zoeken naar en vinden van de pareltjes tussen 100 andere slechte, matige, of redelijke bieren van die dag. Omstreeks 22 uur keerden we huiswaarts waar we begonnen aan de flessen van de flessenbar en rond half 1 ’s nachts was het eindelijk bedtijd.

Donderdagavond, de avond voor vertrek zat ik er toch aardig doorheen. Tinus was op woensdagmiddag al teruggereisd, ik, Joris en Judy hadden morgenmiddag de trein naar huis. Ik beoordeelde op GBBF 7 bieren met een ratebeer score van 4.2 of hoger: Milkhouse 4th Step IPA (4.2 – IPA, onbekend %), Stone RuinTen IPA (4.2 – Imperial Double IPA, 10,8%), La Cumbre Project Dak (4.2 – IPA, 7,6%), Emelisse White Label Imperial Russian Stout Peated (Bowmore BA) (4.2 – Imperial Stout, 11%), New Holland Pilgrim’s Dole Bourbon Barrel Wheatwine Ale (4.3 – Barley Wine, 12%), Jack’s Abby Barrel Aged Framinghammer Baltic Porter (4.3 – Baltic Porter, 10%) en de absolute winnaar was Evolution Craft Lot no. 3 IPA (4.5 – IPA, 6,8%).

Het was een vakantie geweest die, behoudens mijn uitstapje naar Brighton, volledig in het teken van bier en bier proeven had gestaan en ik was er moe van. Kapot zelfs, zodanig dat André zaterdags zelfs slechts een schim van de René zag die was vertrokken richting Londen. Nee het was wel even genoeg geweest inderdaad.

Is GBBF nu aan te raden? Dat ligt er wat mij betreft aan. Hou je van de Engelse bierstijlen Bitter, ESB, Mild Ale, Engelse stouts, Engelse Porters en Golden Ales? Dan ben je op GBBF absoluut in je element want er zijn er honderden. Hou je niet van cask conditioned bier? Blijf er dan ver van weg, want je vindt op GBBF slechts een handvol bieren van de fles of van tap zoals wij die kennen. Voel je je niet thuis in een gigantische hal met duizenden mensen dan kun je ook beter naar je lokale festivalletje gaan. Maar wil je veel nieuwe bieren proeven en eventueel in de dagen voor of na GBBF een aantal nieuwe jonge brouwerijen bezoeken, ga er dan vooral heen. Ik heb er in ieder geval van genoten!

 

No comments yet

Leave a Reply