Bijtanken en afhaken

19 Aug

Het was zaterdag omstreeks 22:00 uur. Ik liep de voor mij inmiddels bekende route van mijn huis naar die van mede SpoelenMaar-schrijver René. 16 augustus 2014 volgens de kalender. Het weer deed vermoeden dat het al 16 november 2014 was, maar na het nog eens controleren van de datum bleek dit toch niet zo te zijn. Na een kort whatsapp-overleg had ik mezelf uitgenodigd bij René thuis. René was naar het Great British Beer Festival geweest en ik was een midweekje naar Drenthe: vissen vangen, vlees eten en bijtanken van al m’n schrijfavonturen. De vaste proefavond was door het vertrek van ‘der Benzai‘ (René’s tweede naam) in het gedrang gekomen, dus er moest nog een biertje geproefd worden; bij wijze van hoge uitzondering deze keer op zaterdag.

De voordeur stond al op een kier en ik kon zo binnenstappen in Benzai’s rijk. Tot nu toe niks uitzonderlijks dus. Wie bij René op bezoek gaat weet dat je niet hoeft te rekenen op een uitgebreid onthaal aan de deur, want René is daar te ingetogen voor. Ik sprong over de drempel en stapte zijn woonkamer binnen.

In een donkere hoek van de woonkamer zag ik een schim. Deze schim leek op René zoals ik hem kende, zij het iets breder en iets onderuitgezakter dan normaliter. Ik voelde dat de schim me aankeek en een ongemakkelijk gevoel maakte zich over me meester. In plaats van m’n ogen aan het donker te laten wennen besloot ik het erop te wagen en de schim aan te spreken. “René?”   schim07

Er volgde niet onmiddellijk een reactie, wat me nogal verraste. Dat hij me niet opwacht bij de deur is, zoals eerder gezegd, vaste prik in Huize Benzai, maar meestal kan er toch wel een oerBrabantse ‘heuj’ of aanwezigheidbevestigende ‘Drebus’ (mijn virtuele doopnaam) vanaf. Deze keer volgde er alleen stilte. Ik wist toch vrij zeker dat de schim René moest zijn. Tenzij z’n konijn op wonderbaarlijke wijze was uitgegroeid tot Benzai-achtige proporties (wat me vrij sterk leek) kon die schim met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid namelijk maar één iemand zijn. Voorzichtig zette ik twee babystapjes vooruit, boog ik iets voorover en besloot ik om het nog maar eens te proberen. “Benzai? Dikke?”. Deze keer had mijn poging meer succes. Wellicht luistert meneer beter naar zijn biernaam dan naar zijn echte naam, òf het was de omschrijving van zijn lichaamsvorm die zijn vruchten afwierp. Ik zag de schim in de donkere hoek een heel klein beetje opveren en ik hoorde wat gebrom vanuit het grote schaduwwezen komen.

Nog steeds niet helemaal gerustgesteld besloot ik om maar eens een lamp aan te doen in het huis dat vooralsnog meer op een donkere grot leek. René heeft meestal minder last van de duisternis dan ik, dus de locatie van de lichtknop had ik zo gevonden aangezien ik deze al vaker heb moeten gebruiken. Voorzichtig duwde ik de knop in en na een korte klik sprong de lamp aan. Wat ik daar aantrof had ik nog nooit gezien…

Nu de lamp aan was kon ik de schim eindelijk wat beter bekijken en m’n eerste aanname bleek juist. De schim bleek inderdaad René te zijn. Althans, een nieuwe versie van René. Een enigszins kapotte versie van René zelfs. Op de bank zat, nee was gedrapeerd, mijn biermaat René. Zijn buik rustte op zijn bovenbenen waardoor zijn onderbenen eruit zagen alsof ze al een paar dagen geen vers bloed hadden ontvangen, zijn ene kin rustte op zijn andere kin, zijn borsten minimaal anderhalve cupmaat groter dan voorheen en zwarte kringen rond zijn rode, doodse ogen. De kettingen die normaal zo losjes en nonchalant rond zijn nek hangen zaten nu als een soort halsband klem tussen twee vetrollen waarvan ik niet wist dat deze zich in het nekgebied konden vormen.

IMG-20140810-WA0001Hij moet mij hebben zien kijken, want na een paar tellen begon er geluid te ontstaan ergens in het hoopje René. Tussen allerlei oergeluiden door kon ik een aantal woorden verstaan. Hierdoor kon René met minimale moeite toch zijn verhaal aan mij duidelijk maken. “GBBF… Ziek… Grote hal… 800 nieuwe bieren gedronken… Bij Denen gezeten… Cheesy chips geniaal…”

Normaal gesproken zouden we, na zo’n 3 minuten samen te zijn geweest, al minimaal twee nieuwe bieren geproefd en door de gootsteen gespoeld hebben, maar deze keer stonden de glazen nog niet eens klaar op tafel.

Het was toen, terwijl ik al deze indrukken op me in liet werken, dat hij het zei. Met een uiterste krachtsinspanning zette Benzai zijn stembanden aan het werk. Aan de zweetdruppels op zijn voorhoofd te zien waren dit de eerste spieren die hij vandaag bewoog. De druppels drupten tussen zijn borsten naar beneden, zijn hoofd liep rood en aan toen perste hij het er uit: “Ik heb vandaag niet echt zin in bier.”

René is geen lichtgewicht en dan doel ik natuurlijk op zijn bier(ge)b(r)uik, dus het verbaasde mij enorm dat zijn hersenen het presteerden om die woorden juist in deze volgorde uit te spreken. Dit alles werd voor mij langzamerhand teveel om te bevatten. Ook ik moest m’n woorden even zoeken en mezelf herpakken. Regelmatig had ik het gevoel gehad. Regelmatig wist ik het zeker. Regelmatig, wanneer ik René naar huis zag lopen als een éénjarig kind dat net z’n hoofd iets te hard heeft gestoten aan een keukenkastje, dacht ik in mezelf: Morgen heeft hij er last van. Morgen heeft hij een kater. Morgen voelt hij een keer wat ik altijd voel. Morgen heeft zelfs hij geen zin in bier en zal hij de legendarische ‘ik-ga-nooit-meer-zoveel-drinken’ zin uitspreken. Zo ver ging het dan misschien nog  net niet, maar het was duidelijk dat zijn 8 daagse Engeland avontuur enkele sporen had achter gelaten.

“Oké.” Was alles wat er in eerste instantie uit me kwam. Een legendarisch moment en dan zo’n duffe reactie. Misschien kan ik het in de toekomst nog een keer over doen en kan ik dan een wat meer inspirerende zin uiten. ‘Je glas is slechts half leeg, René’ of ‘Dit had ons allemaal kunnen overkomen, vriend’. Ondanks dat het bij m’n oké bleef, meende ik toch lichte vorm van opluchting te zien en ook zijn buik ontspande wat meer na het slaken van een diepe, opgeluchte zucht. Dit ontspannen zorgde er wel voor dat de druk op zijn bovenbenen nog groter werd en zijn enkels zagen er inmiddels uit alsof ze het elk moment op zouden gaan geven.

renev2

“Zorg maar dat je dinsdag weer de oude bent,” zei ik, “want dan gaat @Edovanbree zijn 10.000e bier beoordelen en dan gaan we het voor hem gebrouwen bier proeven. En maak je nog maar even geen zorgen over je GBBF artikel voor SpoelenMaar. Dat komt later wel…”

Cheers Bierkoning!

No comments yet

Leave a Reply